Veilig online met de Grootste Helpdesk van Vlaanderen #mediawijsheid #radio2
Veilig online met de Grootste Helpdesk van Vlaanderen
Van 3 juni tot 7 juni spitst Inspecteur Decaluwé (Radio 2) zich toe op jouw veiligheid online.
Elke dag heeft hij het over een thema dat jouw surf-, koop- en betaalgedrag en dus jouw privacy beter beschermt.
Heb je zelf een vraag? Dan wacht een gespecialiseerd team op jouw telefoontje naar het callcenter.
Zoals duidelijk is geworden uit ons eigen experimentje, hebben we allemaal soms teveel vertrouwen in websites die vaak heel persoonlijke gegevens vragen.
Het internet kan een fijne plek zijn om bij te leren, contact te onderhouden met vrienden en familie, te shoppen, te betalen, of je gewoon lekker te amuseren.
Maar met gevaarlijk klinkende praktijken als ‘phishing’, hackers die op de loer liggen met hun ‘Trojaanse paarden’, gegevens van sociale media die her en der rondslingeren op het internet, kun je niet voorzichtig genoeg zijn.
Veiliger online, dag na dag
Van maandag 3 juni tot en met vrijdag 7 juni behandelt Inspecteur Decaluwé samen met zijn experts de volgende onderwerpen tussen 8 en 9u tijdens Start je dag.
- Maandag : sociale media en privacy met professor Michel Walrave (Universiteit Antwerpen) en Clo Willaerts (internetspecialiste en experte sociale media)
- Dinsdag : kopen en verkopen online met Luc Beirens (Hoofcommissaris Federal Computer Crime Unit), Pamela Renders (Febelfin, de beroepsvereniging van de financiële sector) en Patricia Ceyssens (BeCommerce, behartigt de belangen van de bedrijven die op afstand verkopen)
- Woensdag : Kids Online met Pedro Debruycker (pedagoog en onderzoeker Artveldehogeschool) en Eva Lievens (KU Leuven)
- Donderdag : je computer beveiligen met Eddy Willems (beveiligingsexpert) en Christian Van Heurck (CERT.be, het federale cyber emergency team)
- Vrijdag : sporen nalaten op het internet met Rob Heyman (VUB) en Patrick Marck (IAB Interactive Advertising Bureau Belgium)
Stel zelf je vragen
Van maandag 3 tot vrijdag 7 juni krijg je elke dag de kans om jouw vragen te stellen aan het callcenter. Elke dag zitten specialisten rond het centrale thema klaar van 8u tot 12u om je vragen te beantwoorden. Bel de Grootste Helpdesk zelf op 070/345 123! Je kunt je vraag ook insturen via het webformulier.
Partners in privacy
De Grootste Helpdesk van Vlaanderen kan uiteraard niet zonder de praktische, technische en inhoudelijke ondersteuning van deze partners: B-CCENTRE, BeCommerce, CERT, Childfocus, EMSOC, FCCU, Febelfin, FSMA, Gemeenschapsonderwijs, Gezinsbond, IAB, IBM, iMinds, KULeuven, LINC, Mediaraven, Mediawijs.be, Microsoft, TELENET, Seniorennet, Universiteit Antwerpen, Unizo, VKSO, VRT m.m.v. Glassroots.
Ook eSocialWork (KHLim-SAW) neemt als partner van MediaWijs.be deel aan de helpdesk.
Wat als… bejaarden even veel nieuwe media zouden gebruiken als onze generatie? #dw13 #ecultuur
Mooi hoor.
In het kader van de digitale week vroegen de gasten van MediaRaven me deze film mee te verspreiden. Wat als… bejaarden even veel nieuwe media zouden gebruiken als onze generatie? Binnenkort ook te zien binnen mijn presentaties.
Plannen om #ehulp gezamenlijk op te nemen in het curriculum van @khlim SAW en @PedagogiekSit #ohlb
Gisteren was ik uitgenodigd bij de collega’s van net over de grens van Fontys Hogeschool Pedagogiek om te vertellen over onlinehulp en hoe wij dit een plaats geven binnen het curriculum. Het werd een leuke uitwisseling van ideeën.
En bovendien was het ook het geschikte moment om een nieuw initiatief voor te stellen. We werken volgend jaar immers samen in een keuzevak rond onlinehulp. Hoe dan? Studenten KHLim kunnen in het derde jaar kiezen voor dit keuzevak en studenten Fontys doen dat in het vierde jaar. Zo zullen zij o.a. samen oefenen met chatten, emailhulp, sociale media. Daarnaast zal hun eindproduct ook het ontwerpen zijn van een online-interventie. Enerzijds worden zij hierop beoordeeld door medestudenten en peers en anderzijds zullen zij ook door een externe jury beoordeeld worden (maar dan niet voor punten, wel voor de eer). Als prijs zullen we trachten de beste interventie technisch verder te laten doorontwikkelen. Dit idee en de prijs werd gisteren voorgesteld en kreeg de naam SMILE mee (Studenten Maken online Interventies en Leren over E-hulp). Zelfs het logo is al klaar.
En @kellydevries maakte er deze foto van.
Verdere evoluties zijn te volgen via #ohlb.
80% van de Belgische huishoudens minstens één computer en 78% beschikt over een internetaansluiting #digitalekloof http://tiny.cc/7icfvw
In 2012 had 20 procent van de Belgische huishoudens geen computer en 21 procent beschikte niet (meer) over een internetaansluiting. Het aantal huishoudens dat over een computer of internetaansluiting beschikt, stijgt wel jaarlijks.
Dat er nog werk aan de winkel is om net die huishoudens op de computer en het internet te krijgen waarvan we geloven dat ze via ICT/internet hogerop kunnen geraken (kansarmoede, personen met een handicap, …), is hiermee toch weer actueel.
Deze ICT-enquête werd in 2012 afgenomen door de Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie van de FOD Economie op basis van een representatieve steekproef waarin meer dan 6.000 Belgen tussen 16 en 74 jaar opgenomen werden.
Hier vindt men alle cijfers.
Vliegende start voor Mediawijs.be #mediawijsheid
overgenomen vanop http://www.ingridlieten.be/article/vliegende-start-voor-mediawijsbe/
Vliegende start voor Mediawijs.be
![]()
Ingrid Lieten: “Mediawijs hangt voor mij nauw samen met empowerment, met positieve, constructieve en kritische burgers die bedreven en betrokken zijn in de samenleving, met en door de media.”
In januari 2013 ging Mediawijs.be, het Vlaams Kenniscentrum voor Mediawijsheid van start. Het Kenniscentrum werd opgericht op initiatief van Vlaams minister van Media Ingrid Lieten. Vanochtend stelden Ingrid Lieten, iMinds CEO Wim De Waele en de andere partners van het Kenniscentrum Mediawijs.be officieel voor aan het publiek in de Brusselse KVS. Dat was alvast in grote getale komen opdagen.
Mediawijsheid is voor heel wat mensen nog een abstract begrip. Onder mediawijsheid verstaan we mensen vaardig, maar ook kritischer en bewuster leren omgaan met een gemediatiseerde samenleving. Het Kenniscentrum Mediawijsheid zet actief in op het coördineren en stimuleren van de samenwerking tussen actoren uit de overheid, het middenveld, de mediasector en de onderzoekswereld. Mediawijs.be zal in samenwerking met partners concrete projecten opstarten voor verschillende doelgroepen zoals jongeren en leerkrachten, maar ook voor ouders en senioren. Ingrid Lieten licht toe: “De doelgroep is enorm breed. Ik verwacht dat Mediawijs.be inclusief werkt naar iedereen. Mediawijsheid is geen competentie die men eenmalig kan verwerven, maar is onderdeel van levenslang leren en dus fundamenteel voor alle leeftijdscategorieën.”
Mediawijs.be wil een reële meerwaarde creëren voor de verschillende organisaties die werkzaam zijn in het mediawijsheidsveld door verschillende spelers uit het veld met elkaar in dialoog te laten gaan. Die aanpak symboliseert meteen de toekomstige werking van het Kenniscentrum: via een breed overleg en concrete initiatieven werken aan de ontwikkeling van mediawijsheid in al zijn aspecten. Ingrid Lieten: Mediawijsheid draait bijvoorbeeld om ‘hoe surf ik veilig op het internet?’ of ‘hoe ga ik om met cyberpesten?’. Het gaat ook om inzicht verwerven in de mechanismen van reclame en de media-industrie. Mediawijsheid is een algemene vaardigheid om kritisch met informatie om te gaan om zo te komen tot een verantwoord en veilig mediagebruik. We willen daarbij niet vertrekken van een benadering van angst en verbieden, maar vanuit een empowerende visie waarin men media gebruikt om zichzelf uit te drukken. We zoeken een evenwicht tussen emanciperen en beschermen.”
Talrijke organisaties in Vlaanderen ontwikkelden al maatschappelijke projecten rond mediawijsheid voor verschillende doelgroepen. Dit brede mediawijsheidsveld wordt gekenmerkt door vele vormen van samenwerking en voert acties vanuit verschillende domeinen: media, armoede en maatschappelijke integratie, jeugd, onderwijs, sociaal-cultureel werk en welzijn. Ook grote media-, telecom- en internetbedrijven namen al initiatieven die bijdragen tot het bevorderen van mediawijsheid in Vlaanderen.
‘Het werkveld kon al inspirerende en creatieve mediawijsheidsprojecten realiseren. Elke organisatie probeert op zijn manier kennis, vaardigheden en attitudes te bevorderen: in een kleinschalig lokaal pilootproject of binnen een samenwerkingsverband, dichtbij en in interactie met (kwetsbare) doelgroepen of door het opleiden van intermediairen.’ (Laure Van Hoecke, Netwerkcoördinator Mediawijs.be)
Met de installatie van het Kenniscentrum kunnen bestaande wetenschappelijke inzichten en evoluties vertaald worden naar projecten en samenwerkingsverbanden die een win-win zijn voor zowel industrie als het werkveld. Mediawijs.be zal het mediawijsheidsveld consolideren en verder stimuleren door trends en evoluties te signaleren en experts op gebied van mediawijsheid te verbinden.
Praktische info:
Mediawijs.be valt onder de vleugels van iMinds Media en bestaat uit een consortium van 12 partners uit de onderzoekswereld en het praktijkveld die elk een specifieke rol vervullen in het Kenniscentrum. De partners zijn iMinds-Digital Society, iMinds-ICRI KULeuven, Cemeso Vrije Universiteit Brussel, MIOS Universiteit Antwerpen, LINC vzw, JAVI-Jeugdwerknet, Stuurgroep Volwassenenonderwijs via VOCVO, MAKS, REC Radiocentrum, Thomas More, Katholieke Hogeschool Limburg en Provinciaal Hogeschool Limburg.
12 richtvragen over netiquette op sociale media gevonden via http://www.forbes.com/sites/ilyapozin/2013/01/09/social-media-etiquette-12-step-checklist/
gevonden via http://www.forbes.com/sites/ilyapozin/2013/01/09/social-media-etiquette-12-step-checklist/
e-Awards: 3 van de 10 Vlaamse genomineerden zijn @KHLim-gerelateerd. Stemmen op eSocialWork door eLab4socialwork aub! #esw
| e-Awards: 3 van de 10 Vlaamse genomineerden zijn KHLim-gerelateerd |
Sinds Digitale Week 2012 reikt LINC vzw de E-award uit, een prijs voor e-inclusie- en digitale mediawijsheidsprojecten. Deze prijs wordt uitgereikt op de Vlaamse Studiedag van de Digitale Week, in maart. Daarvoor werden 10 laureaten uitgekozen door een vakjury. Bij de 10 laureaten zijn er twee initiatieven van de KHLim, namelijk van SAW en van LER. Bij een derde project is ook SAW zijdelings betrokken.
Vanwege SAW is de expertisecel e-Social Work laureaat.
De expertisecel ED+ict startte voor School of Education een ICT-starterskit. Ook dat project behoort tot de genomineerden.
SAW maakt ook deel uit van het consortium rond de mediatrain, een derde laureaat.
Er is bij de E-awards een publieksprijs voorzien. Je kan daar op stemmen. Uiteraard dat elke KHLimmer nu meteen zijn stem zal uitbrengen. Helaas kan je maar één stem uitbrengen en hebben we twee KHLim-laureaten. Voorstel: iedereen met een even geboortejaar stemt op e-inclusie en digitale mediawijsheid. Elke KHLimmer met een oneven geboortejaar stemt op de ICT-starterskit. Doen! http://www.digitaleweek.be/2013-organisatie/e-award
Op de jaarlijkse studiedag in het Vlaams parlement op 22 maart 2013 worden de E-award, de twee eervolle vermeldingen en de publieksprijs uitgereikt. De winnaars krijgen geen geldprijs, maar wel een mooie attentie en uiteraard wordt er uitgebreid gecommuniceerd over deze projecten in het kader van o.m. de Digitale Week.
Facebook als moderne schandpaal. Onze duiding. #mediawijsheid @hautekiet @demorgen
Donderdag 31/01 zat ik in de studio in Leuven om duiding te geven bij een item in het Radio 1 programma Hautekiet.
Hier kan je het via streaming audio herbeluisteren.
Nadien schreven we onze voorbereiding uit tot een volwaardige tekst. Via deze weg willen we deze verspreiden. Ons positief pleidooi sluit ons inziens mooi aan bij het bericht dat we gisteren in de Morgen konden lezen.
Is Facebook de nieuwe schandpaal?
Over het ‘drama’ van sociale media…
De laatste tijd haalden enkele opvallende online incidenten de media. Dit doet de vraag rijzen: Is Facebook (en bij uitbreiding sociale media) een nieuwe schandpaal van de samenleving? Of is er ook een andere kant van de medaille die we hiermee dreigen te vergeten?
Bij sociale media zien we dat zij het perfecte medium zijn waarlangs mensen sterke gevoelens kunnen ventileren op een zeer laagdrempelige manier en dit voor een groot publiek. Vroeger werd iemand op café te kijk gezet, nu is er een uitlaatklep op internet. De drempel om een boodschap online te zetten, door te sturen, te liken en te delen is zo laag, dat mensen zich niet steeds bewust zijn van de enorme impact ervan. Boyd heeft het in deze over 4 kenmerken van informatie op sociaal netwerksites: duurzaamheid, repliceerbaarheid, schaalbaarheid en zoekbaarheid en die er voor zorgen dat sommige berichten een enorme impact kunnen krijgen. Maar dat hoeft in de eerste plaats niet negatief te zijn. Want sociale media hebben vooral enorm veel mooie mogelijkheden, ook om sociale bewogenheid te tonen. Een duidelijk voorbeeld uit de krant van woensdag 30 januari 2013: “Sinds maandag heeft de Facebookpagina ‘Tous ensemble pour Lea’ al meer dan 10.000 volgers. En daar is het de ouders om te doen. Ze vragen geen geld, geen hulp, enkel morele steun.”
Maar er zijn uiteraard ook minder fraaie voorbeelden:
Zo was er in juni 2012 het voorval van Kayleigh wiens moeder het pestfilmpje nadien re-postte op Facebook. Recenter kondigde een gepest Canadees meisje haar zelfdoding aan met een afscheidsfilmpje op Youtube. Enkele maanden geleden werden we geconfronteerd met een tragische zelfdoding in Nederland als gevolg van cyberpesten en waarbij de ouders de afscheidswoorden van Tim gebruikten om via de rouwadvertentie de ogen van iedereen te laten opengaan. Op de Facebook-pagina ‘Failed: Leuven’ staan foto’s van studenten in gênante, stomdronken situaties. En iedereen herinnert zich nog het voorval van de Facebook-pagina over de ‘Antwerpse Hoeren’, wat we al kenden van de ‘bangalijsten’ in Nederland. Vorige week ontstond er tumult rond de daders van zinloos geweld in Eindhoven, en werden zij nadien op Facebook aan de schandpaal genageld in niet mis te verstane woorden.
Dergelijke voorvallen lokken harde woorden en reacties uit op diverse Facebookpagina’s en worden op Twitter een ‘trending topic’. Met sociale media kan iedereen nu reporter, rechercheur en soms ook rechter zijn (nochtans stelt de EU wetgeving bv. dat een burger geen foto’s mag verspreiden van een strafbaar feit). Hoe kunnen we deze massale ‘nieuwsmakerij’ maar tegelijk ook ‘zwartmakerij’ van mensen verklaren?
Als we de digitale wereld betreden treedt er volgens Suler het ‘online disinhibition’ effect op. Onze remmingen nemen af wanneer we online zijn. Hij maakt een opdeling in ‘benign disinhibition’ of de toename aan intieme conversatie en ondersteuning én ‘toxic inhibition’ of het gebruik van harde, kwetsende of ongevoelige taal. Het is voornamelijk met dit laatste waar we via de in de media breed uitgesmeerde berichtgeving kennis mee maken. Asynchrone online communicatiemiddelen zorgen er voor dat men minder geremd is omdat men niet dadelijk moet omgaan met de reactie van de andere. Ook dit heeft een positieve tegenhanger, vraag dat maar aan de pleitbezorgers van onlinehulpverlening (bijvoorbeeld via chat). Zij worden immers zeer snel geconfronteerd met de werkelijke hulpvraag, waar een face-2-face hulpverlener veel langer nodig heeft om dit binnen vertrouwelijkheid helder te krijgen.
Verder, is een snelle klik op de ‘vind ik leuk’-knop of op de retweet knop voldoende om een bericht te delen met de wereld. Het valt op dat er zoveel mensen dingen doorsturen zonder er een inhoudelijke meerwaarde aan te geven. Nielsen benoemt dit met zijn 90–9–1 wet: 1% van de mensen creëert online inhoud, 9% bewerkt deze inhoud en 90% consumeert de inhoud zonder er iets extra’s aan toe te voegen (de zogeheten ‘lurkers’). Het is net op dit effect dat makers van bv. de hoerenpagina’s op rekenen. Nochtans zien we ook het omgekeerde gebeuren: jongeren die wel degelijk bewogen ‘authentieke’ reacties geven op vb. Tim Ribberink (zie voorbeeld). Samenvattend: het gevaar zit hem in een klein hoekje.
https://www.facebook.com/rachel.denneboom/posts/4546861562495
Op deze manier kunnen sociale media in no-time iets ‘hypen’ en ‘trenden’, een proces dat we vanuit commerciële hoek al goed kennen, maar dat ook nu op meer menselijke gebeurtenissen impact kan hebben. Een boodschap wordt zo razendsnel verspreid. Wat vaak start als een eenvoudig berichtje of aanklacht haalt dagenlang de media. Bijvoorbeeld wanneer ouders een boodschap of video online zetten om de nefaste gevolgen van pesten en cyberpesten aan te klagen treedt er een multiplicatoreffect op. De boodschap gaat viraal en boomt verder op het internet, totaal uit proportie of buiten de controle van de initiële schrijver. Mensen weten nog te weinig over de werking van sociale media om op voorhand de gevolgen van bepaalde acties, pagina’s en dergelijke in te schatten.
Al deze voorbeelden roepen ons op om ons bewust te zijn van de gevolgen van het (ongepast) gebruik van deze media. Is het de schuld van cyberpestende jongeren? Misschien, …
Jongeren zitten in een experimenteerperiode op verschillende gebieden: persoonlijk, sociaal, seksueel, … Eén van de domeinen waar deze experimenten plaatsvinden is het internet. Jongeren – maar ook ouderen- hebben soms moeite om de gevaren of gevolgen te voorzien van online acties. De mama van Kayleigh had allicht zo’n ophef niet op voorhand ingeschat.
Daarom is het onze verantwoordelijkheid als opvoeder, ouder, leerkracht of medeleerling om kinderen, jongeren en volwassenen ‘op te voeden’ tot mediawijze personen. Het bijbrengen van mediawijsheid als onderdeel van levenslang leren, van baby tot oudere. Want sociale media zijn wel degelijk sociaal, als ook wij geleerd hebben hier sociaal te zijn.
In deze wordt men geconfronteerd met een zogeheten ‘pedagogische paradox’. Als opvoeder worden we geconfronteerd met kinderen en jongeren die ons op alle vlakken technisch voorbij gestoken hebben: computers, Twitter en andere sociale media lijken geen geheimen meer voor hen te hebben. Maar toch, wat zij missen is net iets dat hen expliciet aangeleerd moet worden gezien zij nog de nodige levenservaring missen. Sociale media vragen aangepaste –online- sociale vaardigheden. Mensen dienen begeleid en aangeleerd te worden hoe op een ‘mediawijze’ manier met nieuwe en sociale media om te gaan en de gevaren (en mogelijkheden) hiervan te leren inzien. Enkele elementen die hierin belangrijk zijn is om (a) samen met kinderen en jongeren te spreken omtrent mediawijsheid. Verder kunnen jongeren en volwassenen (b) deze media samen gebruiken om zo een gedeelde ervaring te construeren. Ten tenslotte moeten (c) grenzen en afspraken hieromtrent vast gelegd worden. Daarom ook dat we van mening zijn dat mediawijsheid onderdeel moet vormen van een soort van levenslang leren: begin er mee in de kleuterklas maar maak mensen zich ervan bewust dat dit een levenslange ‘wijze’ opdracht is.
Conclusie
Sociale media (‘nieuw’ zijn ze immers al lang niet meer) zijn een verhaal van mogelijkheden en moeilijkheden. Ze bieden ons mogelijkheden om in contact te treden met elkaar en onze sociale bewogenheid te tonen. Als overweging bij de minder fraaie voorbeelden van de voorbije weken waarbij mensen elkaar digitaal aan de schandpaal neigen te nagelen, kunnen we ons de vraag stellen of je mensen niet beter aanleert om hun sociale bewogenheid ook op een echte manier te tonen, in real life? Maar internet is misschien nu ook al irl. Jongeren zijn immers inline (er bestaat geen duidelijke scheiding meer tussen offline en online).We moeten ons bewust blijven van de mogelijkheden en moeilijkheden van deze communicatievormen. Niet eenvoudig, alleen al omdat de sociale media permanent veranderen. Hier ligt een verantwoordelijkheid voor de overheid, het onderwijs, ouders en opvoeders, hulpverlening en uiteraard de media zelf.
Over de auteurs
Davy Nijs is expert hulpverlening en nieuwe media, orthopedagoog en als docent verbonden aan de Katholieke Hogeschool Limburg departement Sociaal-Agogisch Werk. Hij leidt er de expertisecel eSocialWork (www.esocialwork.eu) die zich focust op het begeleiden van opvoeders in het ondersteunen van het internetgebruik van kinderen en jongeren (mediawijsheid) en hen begeleidt in het gebruiken van internet als hulpverleningstool (onlinehulpverlening).
@davynijs
Tom Vandries is onderzoeker op het domein van onlinehulpverlening, orthopedagoog en docent aan de Katholieke Hogeschool Limburg, departement Sociaal Agogisch werk. Hij is lid van de expertisecel eSocialwork.
@tomvdries
Deze bijdrage in PDF facebook als moderne schandpaal.



